5 dagen binnen

Met bewondering en respect keek ik vorige week naar de uitzending van Five Days Inside met Geraldine Kemper.

Deze uitzending ging over een, mij bekende, afdeling met mensen met jong Dementie.

Het was mooi om te zien hoe respectvol er met de bewoners wordt omgegaan. Hoe helder er gecommuniceerd wordt.

Deze mensen weten ècht waar het om gaat: je bewoners voor vol aanzien of zoals ik het altijd zeg: contact maken met dat wat nog héél is.


Ik snapte ook de reactie van Geraldine: zij was bij tijd en wijle heftig geshockeerd over wat dementie met mensen doet. Hoe ze veranderen en hoe ego en patronen verdwijnen en gedrag verandert.

Haar uitroep “er blijft niks meer over” begreep ik van haar uit, maar ik ben het daar niet mee eens.

Er blijft nog veel over bij mensen met dementie. Natuurlijk; de persoon die je kent verandert en delen veranderen, maar de kern blijft. Dat wat iemand hem/haar maakt blijft diep van binnen heel en daar kun je contact mee maken.


Dat bleek uit het mooiste stukje van de uitzending: Geraldine zit met een bewoonster en haar man op het balkon. Deze mevrouw is erg verzonken in zichzelf, bijna opgesloten. Ondanks dat communicatie vrijwel onmogelijk lijkt, verschijnen er tranen op haar wangen bij de vraag van Geraldine over thuis. “Zou ze me toch verstaan hebben?”, vraagt ze.

Haar man wist het niet zeker, maar ik wel: mensen met dementie horen alles en af en toe komt er ook iets binnen. Iets wat raakt, diep van binnen.

Dat is waar ik in mijn behandeling Cranio altijd naar opzoek ga: dat wat nog heel is en dat wat nog geraakt kan worden. Zodat je van daaruit kunt thuis komen.

12 februari 2026
Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!
16 oktober 2025
Ik kom al enkele jaren bij hem: hij heeft Parkinson èn dementie. Ik ken hem als een snel overprikkelde man die niet meer kan vluchten voor alle herrie en mensen om hem heen en hierdoor af te toe wat overkookt. Dit doet hij in stilte; hij verstijft letterlijk, maar in zijn lichaam kookt hij over. Mijn behandeling doet hem altijd diep ontspannen: zijn lichaam laat spanning los en hij kan alle stress over al die prikkels loslaten. Maar ineens is het anders: de laatste keer dat ik bij hem was, was hij wel gestrest. Ik voelde al die spanning in zijn lijf. Maar…hij was niet overprikkeld en kookte ook niet over. Heel stilletjes en langzaam was hij de volgende fase van dementie ingegaan: hij trok zich terug binnenin zichzelf en sloot zich af voor al die prikkels. Ik moest goed zoeken in zijn ogen om hem te vinden en ook in zijn lichaam voelde ik hem slechts heel ver weg. Mijn “behandeldoel” veranderde zo: van diepe ontspanning en afvoer van overprikkeldheid, werd het diepe ontspanning en hem weer vinden. Hem laten voelen dat hij nog niet weg is, maar dat ik hem zie en voel. Heel langzaam werd hij wat alerter, keek me aan en was weer wat aanwezig. Zijn vrouw die er bij zat, zag het ook: daar is hij weer even. Hoe verdrietig ook: deze naar binnen gekeerde fase is weer een stap achteruit. Het zich terugtrekken van deze wereld en op weg naar een volgende wereld. Voor mij als Craniosacraal therapeute was het mooi om te voelen, dat ik ook hierin een rol heb en iets kan doen. Hem laten voelen dat hij nog gezien wordt: dat hij er nog is. En voor zijn vrouw fijn om weer in zijn ogen te kunnen kijken en hun liefde daar te voelen.