Jong

Jong Dementie… een nieuw woord, een jóng woord.

Mijn aandacht blijft steeds maar hangen op het woordje Jong. 

Helaas komt het steeds vaker voor, maar is er zo weinig over bekend. Ja, Alzheimer kent iedereen en gelukkig zijn er steeds meer organisaties, programma’s en gemeenten die hier aandacht aan schenken en het onder de aandacht brengen.


Jong dementie is een andere “tak van sport”; het is niet gewoon Dementie, maar dan op een jongere leeftijd!

Het komt steeds vaker op mijn pad en echt; het beeld is heel anders. 

Allereerst en vooral de leeftijd: iemand is nog aan het werk en daar loopt hij* vast.

Hij heeft een partner die nog aan het werk is en wiens leven opeens ophoudt.

Hij heeft nog jonge kinderen die hun leven aan het opbouwen zijn en helemaal niet weten hoe om te gaan met deze ziekte.

Degene met dementie verandert: de persoon die hij was wordt langzaam iemand anders, maar wel in een vaak fit lichaam.

En hoe maak je en blijf je in contact met deze dierbare persoon?


Ik wil een lans breken voor deze gezinnen. Hoe kunnen wij als gemeenschap om iemand met jong dementie blijven staan?

Wat is er ècht nodig voor de mens met dementie en zijn mantelzorgers?


Ik heb de oplossing niet, maar ondersteun in mijn praktijk vooral de mantelzorgers. Om allereerst hun stress systeem te reguleren, want ze staan altijd aan. In het zorgen, maar zeker ook in hun rouw proces. 

Daarnaast geef ik hun veel handvaten over hoe ze contact kunnen blijven houden en steeds weer opnieuw kunnen maken met degene met dementie. Om de persoon te blijven zien, ook al is degene niet meer dezelfde. 

De verbinding blijft, de liefde blijft, maar dan anders.


*waar Hij staat kan ook Zij gelezen worden.


12 februari 2026
Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!
16 oktober 2025
Ik kom al enkele jaren bij hem: hij heeft Parkinson èn dementie. Ik ken hem als een snel overprikkelde man die niet meer kan vluchten voor alle herrie en mensen om hem heen en hierdoor af te toe wat overkookt. Dit doet hij in stilte; hij verstijft letterlijk, maar in zijn lichaam kookt hij over. Mijn behandeling doet hem altijd diep ontspannen: zijn lichaam laat spanning los en hij kan alle stress over al die prikkels loslaten. Maar ineens is het anders: de laatste keer dat ik bij hem was, was hij wel gestrest. Ik voelde al die spanning in zijn lijf. Maar…hij was niet overprikkeld en kookte ook niet over. Heel stilletjes en langzaam was hij de volgende fase van dementie ingegaan: hij trok zich terug binnenin zichzelf en sloot zich af voor al die prikkels. Ik moest goed zoeken in zijn ogen om hem te vinden en ook in zijn lichaam voelde ik hem slechts heel ver weg. Mijn “behandeldoel” veranderde zo: van diepe ontspanning en afvoer van overprikkeldheid, werd het diepe ontspanning en hem weer vinden. Hem laten voelen dat hij nog niet weg is, maar dat ik hem zie en voel. Heel langzaam werd hij wat alerter, keek me aan en was weer wat aanwezig. Zijn vrouw die er bij zat, zag het ook: daar is hij weer even. Hoe verdrietig ook: deze naar binnen gekeerde fase is weer een stap achteruit. Het zich terugtrekken van deze wereld en op weg naar een volgende wereld. Voor mij als Craniosacraal therapeute was het mooi om te voelen, dat ik ook hierin een rol heb en iets kan doen. Hem laten voelen dat hij nog gezien wordt: dat hij er nog is. En voor zijn vrouw fijn om weer in zijn ogen te kunnen kijken en hun liefde daar te voelen.