Aan-, of afwezig?

Ze zit wat te dutten als ik voor mijn behandeling bij haar ga zitten; scheef weggezakt en volledig naar binnen gekeerd. Lijkt het.

Na een poosje van diep ontspannen en ín haar lijf veel loslaten, ligt ze bijna op mijn schoot. Een langslopende verzorgende kijkt vertederd toe en ik zeg: “ja, ze ligt bijna op mijn schoot”. Op dat moment begint ze heel hard te lachen! Hoezo dutten, hoezo naar binnen gekeerd?! Ze is zich al die tijd volledig bewust van wat er om haar heen gebeurd, maar kiest er voor zich afzijdig te houden. Zodat zij voor zichzelf kan zorgen.

Gedurende de behandeling wordt ze steeds alerter en aanwezig en geniet oprecht van de mensen en gebeurtenissen om zich heen. Wat is het heerlijk om haar voluit en vanuit haar diepste wezen te horen lachen!


Toen ik maanden geleden bij haar kwam, was dat wel anders: ze was veel boos, sprak met harde, oordelende stem tegen alles en iedereen en ik kon haar nauwelijks aanraken.

In de loop van de tijd is ze verzacht en lijkt de boosheid opgeruimd; ze is meer ontspannen, meer aanwezig, meer blij en zo meer zichzelf. En naast meer ontspannen is ze ook meer alert.  


Dat zie ik wel eens vaker gedurende mijn behandeling: veel mensen ontspannen en vallen in slaap, maar er zijn ook mensen die juist weer “bij” komen, die van ver weg weer bij zichzelf  komen en zo bereikbaar worden.

Dit is niet alleen voor diegene zelf prettig, maar zeker ook voor de omgeving: kinderen èn verzorgenden. Iemand is weer aanspreekbaar, alerter en ontspannen; hoe fijn is dat om te zien!


Deze lieve mevrouw blijf ik behandelen, maar met een lage frequentie. Om haar dementie proces te blijven volgen en eventuele stress, boosheid of angst te kunnen verminderen. En ik geniet van iedere behandeling; gewoon, omdat zij weer geniet!

12 februari 2026
Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!
16 oktober 2025
Ik kom al enkele jaren bij hem: hij heeft Parkinson èn dementie. Ik ken hem als een snel overprikkelde man die niet meer kan vluchten voor alle herrie en mensen om hem heen en hierdoor af te toe wat overkookt. Dit doet hij in stilte; hij verstijft letterlijk, maar in zijn lichaam kookt hij over. Mijn behandeling doet hem altijd diep ontspannen: zijn lichaam laat spanning los en hij kan alle stress over al die prikkels loslaten. Maar ineens is het anders: de laatste keer dat ik bij hem was, was hij wel gestrest. Ik voelde al die spanning in zijn lijf. Maar…hij was niet overprikkeld en kookte ook niet over. Heel stilletjes en langzaam was hij de volgende fase van dementie ingegaan: hij trok zich terug binnenin zichzelf en sloot zich af voor al die prikkels. Ik moest goed zoeken in zijn ogen om hem te vinden en ook in zijn lichaam voelde ik hem slechts heel ver weg. Mijn “behandeldoel” veranderde zo: van diepe ontspanning en afvoer van overprikkeldheid, werd het diepe ontspanning en hem weer vinden. Hem laten voelen dat hij nog niet weg is, maar dat ik hem zie en voel. Heel langzaam werd hij wat alerter, keek me aan en was weer wat aanwezig. Zijn vrouw die er bij zat, zag het ook: daar is hij weer even. Hoe verdrietig ook: deze naar binnen gekeerde fase is weer een stap achteruit. Het zich terugtrekken van deze wereld en op weg naar een volgende wereld. Voor mij als Craniosacraal therapeute was het mooi om te voelen, dat ik ook hierin een rol heb en iets kan doen. Hem laten voelen dat hij nog gezien wordt: dat hij er nog is. En voor zijn vrouw fijn om weer in zijn ogen te kunnen kijken en hun liefde daar te voelen.