Afstandsbediening

De patiënt die ik misschien wel het langst heb behandeld, staat me natuurlijk nog scherp voor de geest. Haar grootste onrust was haar angst. Als een bang vogeltje liep ze almaar rond en zelfs als ze op een stoel ging zitten, zat ze op het puntje.
Als een constante radar gingen haar ogen door de huiskamer; altijd op zoek naar het gevaar en het liefst zat ze met haar rug naar de muur. Dan kwam het gevaar in ieder geval niet van achteren. Altijd op zoek naar veiligheid, maar deze vond ze nooit.

Totdat ik met haar mocht werken. In het uur dat ik bij haar was, was ze even veilig en heel erg ontspannen. Ze zakte binnen enkele minuten onderuit in haar stoel en zakte zo ook in haar zelf; helemaal ontspannen en in rust. Verzorgenden kwamen vaak kijken, omdat ze gewoon niet konden geloven dat zíj het was! “is dat echt T.?? “.
Ja, ze was het echt en wat genoot ze van dat uurtje. Daarna ging ze direct weer aan de wandel, want haar angst was echt te groot, maar dat uurtje rust had ze gehad.

Pas in de loop van maanden werd haar angst iets minder. Vaak komt er een andere emotie onderuit en dat was bij haar boosheid. Ze werd, door haar angst heen, opeens ook heel fel. Naar medebewoners en soms naar verzorgenden. 
Deze gelaagdheid in emoties zie ik bijna altijd: onder de ene emotie komt een volgende uit. Het is net als een ui. 
Deze lieve mevrouw werd dus minder angstig en wat bozer. Maar ze bleef haar emoties opruimen in dat uur dat ik er was. Op een gegeven moment had ik zelfs een soort “afstandsbediening”: als ik binnen kwam en ze zag mij, dan zakte ze al direct wat in en begon al te ontspannen. Terwijl ze liep.

Een hele tijd heb ik haar mogen begeleiden. Toen ze op haar sterfbed lag kwam de angst weer terug en vroegen de arts en haar kinderen of ik haar wilde helpen. Ook in deze allerlaatste fase herkende ze me en kon ze ontspannen. Zo kon ze in alle rust en veiligheid gaan.

30 april 2026
Jong Dementie… een nieuw woord, een jóng woord. Mijn aandacht blijft steeds maar hangen op het woordje Jong. Helaas komt het steeds vaker voor, maar is er zo weinig over bekend. Ja, Alzheimer kent iedereen en gelukkig zijn er steeds meer organisaties, programma’s en gemeenten die hier aandacht aan schenken en het onder de aandacht brengen. Jong dementie is een andere “tak van sport”; het is niet gewoon Dementie, maar dan op een jongere leeftijd! Het komt steeds vaker op mijn pad en echt; het beeld is heel anders. Allereerst en vooral de leeftijd: iemand is nog aan het werk en daar loopt hij* vast. Hij heeft een partner die nog aan het werk is en wiens leven opeens ophoudt. Hij heeft nog jonge kinderen die hun leven aan het opbouwen zijn en helemaal niet weten hoe om te gaan met deze ziekte. Degene met dementie verandert: de persoon die hij was wordt langzaam iemand anders, maar wel in een vaak fit lichaam. En hoe maak je en blijf je in contact met deze dierbare persoon? Ik wil een lans breken voor deze gezinnen. Hoe kunnen wij als gemeenschap om iemand met jong dementie blijven staan? Wat is er ècht nodig voor de mens met dementie en zijn mantelzorgers? Ik heb de oplossing niet, maar ondersteun in mijn praktijk vooral de mantelzorgers. Om allereerst hun stress systeem te reguleren, want ze staan altijd aan. In het zorgen, maar zeker ook in hun rouw proces. Daarnaast geef ik hun veel handvaten over hoe ze contact kunnen blijven houden en steeds weer opnieuw kunnen maken met degene met dementie. Om de persoon te blijven zien, ook al is degene niet meer dezelfde. De verbinding blijft, de liefde blijft, maar dan anders. *waar Hij staat kan ook Zij gelezen worden.
12 februari 2026
Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!