Afstandsbediening
De patiënt die ik misschien wel het langst heb behandeld, staat me natuurlijk nog scherp voor de geest. Haar grootste onrust was haar angst. Als een bang vogeltje liep ze almaar rond en zelfs als ze op een stoel ging zitten, zat ze op het puntje.
Als een constante radar gingen haar ogen door de huiskamer; altijd op zoek naar het gevaar en het liefst zat ze met haar rug naar de muur. Dan kwam het gevaar in ieder geval niet van achteren. Altijd op zoek naar veiligheid, maar deze vond ze nooit.
Totdat ik met haar mocht werken. In het uur dat ik bij haar was, was ze even veilig en heel erg ontspannen. Ze zakte binnen enkele minuten onderuit in haar stoel en zakte zo ook in haar zelf; helemaal ontspannen en in rust. Verzorgenden kwamen vaak kijken, omdat ze gewoon niet konden geloven dat zíj het was! “is dat echt T.?? “.
Ja, ze was het echt en wat genoot ze van dat uurtje. Daarna ging ze direct weer aan de wandel, want haar angst was echt te groot, maar dat uurtje rust had ze gehad.
Pas in de loop van maanden werd haar angst iets minder. Vaak komt er een andere emotie onderuit en dat was bij haar boosheid. Ze werd, door haar angst heen, opeens ook heel fel. Naar medebewoners en soms naar verzorgenden.
Deze gelaagdheid in emoties zie ik bijna altijd: onder de ene emotie komt een volgende uit. Het is net als een ui.
Deze lieve mevrouw werd dus minder angstig en wat bozer. Maar ze bleef haar emoties opruimen in dat uur dat ik er was. Op een gegeven moment had ik zelfs een soort “afstandsbediening”: als ik binnen kwam en ze zag mij, dan zakte ze al direct wat in en begon al te ontspannen. Terwijl ze liep.
Een hele tijd heb ik haar mogen begeleiden. Toen ze op haar sterfbed lag kwam de angst weer terug en vroegen de arts en haar kinderen of ik haar wilde helpen. Ook in deze allerlaatste fase herkende ze me en kon ze ontspannen. Zo kon ze in alle rust en veiligheid gaan.

Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!

Ik kom al enkele jaren bij hem: hij heeft Parkinson èn dementie. Ik ken hem als een snel overprikkelde man die niet meer kan vluchten voor alle herrie en mensen om hem heen en hierdoor af te toe wat overkookt. Dit doet hij in stilte; hij verstijft letterlijk, maar in zijn lichaam kookt hij over. Mijn behandeling doet hem altijd diep ontspannen: zijn lichaam laat spanning los en hij kan alle stress over al die prikkels loslaten. Maar ineens is het anders: de laatste keer dat ik bij hem was, was hij wel gestrest. Ik voelde al die spanning in zijn lijf. Maar…hij was niet overprikkeld en kookte ook niet over. Heel stilletjes en langzaam was hij de volgende fase van dementie ingegaan: hij trok zich terug binnenin zichzelf en sloot zich af voor al die prikkels. Ik moest goed zoeken in zijn ogen om hem te vinden en ook in zijn lichaam voelde ik hem slechts heel ver weg. Mijn “behandeldoel” veranderde zo: van diepe ontspanning en afvoer van overprikkeldheid, werd het diepe ontspanning en hem weer vinden. Hem laten voelen dat hij nog niet weg is, maar dat ik hem zie en voel. Heel langzaam werd hij wat alerter, keek me aan en was weer wat aanwezig. Zijn vrouw die er bij zat, zag het ook: daar is hij weer even. Hoe verdrietig ook: deze naar binnen gekeerde fase is weer een stap achteruit. Het zich terugtrekken van deze wereld en op weg naar een volgende wereld. Voor mij als Craniosacraal therapeute was het mooi om te voelen, dat ik ook hierin een rol heb en iets kan doen. Hem laten voelen dat hij nog gezien wordt: dat hij er nog is. En voor zijn vrouw fijn om weer in zijn ogen te kunnen kijken en hun liefde daar te voelen.

