Masker
Meneer is een vriendelijke oude heer met goede manieren: Hij houdt de deur netjes voor me open en is altijd beleeft. Hoewel hij niet kan praten, begrijpen we elkaar best. Mijn hulp wordt ingeroepen omdat hij veel loopt en onrustig is.
In eerste instantie zie ik zijn onrust niet; hij gaat rustig zitten en kan ook best ontspannen onder mijn aanraking. Toch voelt het wat vreemd, alsof hij een masker op heeft. Dat hij zich anders voordoet dan hij is…
En dat blijkt: door mijn behandeling wordt hij rustiger en meer ontspannen, maar ook komt hij in diepere lagen van zijn opgeslagen emoties. Deze meneer is een goed voorbeeld hoe de weggestopte emoties als lagen op elkaar in zijn lichaam liggen. In het begin is hij dus vriendelijk en zacht. Na verloop van tijd en verloop van zijn dementie wordt hij bozer en bozer. Met name tegen medebewoners en verzorging. Er is een beerput geopend en ja, dat kan gebeuren tijdens mijn behandeling, maar het gebeurt alleen als iemand er klaar voor is om op te ruimen. Oké, boos dus. Het is belangrijk om hem niet in de steek te laten, om de behandeling voort te zetten en zijn boosheid te kanaliseren, te begeleiden.
Dit gaat goed: de boosheid wordt minder, lijkt te worden opgeruimd.
Wat er onderuit komt is angst, enorme angst en ook hier blijf ik hem verder behandelen. Ik kan hem niet met deze enorme angst laten zitten. Hij schreeuwt het soms zelfs uit van angst; als een soort hard lachen, maar dan heel naar. Ik voel het tot in mijn bot en heb met hem te doen.
Gelukkig duurt die fase niet lang en komt hij ècht bij zijn rust: alles losgelaten, alles opgeruimd.
Hij is niet lang daarna overleden: geen maskers meer, maar zichzelf, zoals hij ooit was in het begin.

Ik hoorde laatst van iemand die in zorg werkt, dat er meerdere trainingen, lezingen en workshops voor Mantelzorgers worden aangeboden. Iets wat ik niet wist en eigenlijk ook nooit hoor van Mantelzorgers. Waarschijnlijk omdat ze hiervoor geen ruimte hebben en doen wat ze doen: mantel zorgen. En mantel zorgen doen ze; 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Met liefde stappen ze in het proces van hun dierbare met dementie, maar wat met liefde begint krijgt zijn vervolg in uitputting en overbelasting. De liefde kan nog wel eens onder gesneeuwd raken. Ik zie altijd een hamster in een tredmolen voor me; je stapt er nietsvermoedend in: je helpt je moeder met dit en dan met dat en voor je het weet ben je eerste conctactpersoon en vind je jezelf terug in een MDO (multidiscipinair overleg) in een verpleeghuis! Hoe ben je hier terecht gekomen. De grootste overtuiging van deze lieve mantelzorger is dat je door moet. Dat je er niet uit kan. Dat er geen tijd is voor jou, voor ontspanning of ruimte. Dat eerst je moeder het goed moet hebben en als alles geregeld is, kom jij wel aan de beurt. Maar weet je wanneer jouw moeder het goed heeft en wat het allerbelangrijkst is voor haar: dat JIJ overeind blijft! Ik zie af en toe mantelzorgers op mijn behandelbank die met veel schuldgevoel, maar ook te moe om hieraan toe te geven, toch een afspraak met mij maken. “Ik gun het mezelf te weinig”, zeggen ze dan. Maar na een uur liggen en heel diep ontspannen, lopen ze de deur uit met een gerustgesteld stress systeem. Als ons stress systeem heel erg aanstaat, doet ons relativeervermogen en ons logisch denken het niet meer. Je kan alleen nog maar denken: “ik moet door!”. En daar gaat het mis; je kan alleen maar door als je zelf af en toe kan afschakelen van deze rat race! Dus: stap over je schuldgevoel en moeheid heen en gun jezelf een reset. Een uur liggen, loslaten en opladen. Om de rest van je taak weer te kunnen dragen. Je helpt jezelf er mee en zeker ook je moeder!!

Ik kom al enkele jaren bij hem: hij heeft Parkinson èn dementie. Ik ken hem als een snel overprikkelde man die niet meer kan vluchten voor alle herrie en mensen om hem heen en hierdoor af te toe wat overkookt. Dit doet hij in stilte; hij verstijft letterlijk, maar in zijn lichaam kookt hij over. Mijn behandeling doet hem altijd diep ontspannen: zijn lichaam laat spanning los en hij kan alle stress over al die prikkels loslaten. Maar ineens is het anders: de laatste keer dat ik bij hem was, was hij wel gestrest. Ik voelde al die spanning in zijn lijf. Maar…hij was niet overprikkeld en kookte ook niet over. Heel stilletjes en langzaam was hij de volgende fase van dementie ingegaan: hij trok zich terug binnenin zichzelf en sloot zich af voor al die prikkels. Ik moest goed zoeken in zijn ogen om hem te vinden en ook in zijn lichaam voelde ik hem slechts heel ver weg. Mijn “behandeldoel” veranderde zo: van diepe ontspanning en afvoer van overprikkeldheid, werd het diepe ontspanning en hem weer vinden. Hem laten voelen dat hij nog niet weg is, maar dat ik hem zie en voel. Heel langzaam werd hij wat alerter, keek me aan en was weer wat aanwezig. Zijn vrouw die er bij zat, zag het ook: daar is hij weer even. Hoe verdrietig ook: deze naar binnen gekeerde fase is weer een stap achteruit. Het zich terugtrekken van deze wereld en op weg naar een volgende wereld. Voor mij als Craniosacraal therapeute was het mooi om te voelen, dat ik ook hierin een rol heb en iets kan doen. Hem laten voelen dat hij nog gezien wordt: dat hij er nog is. En voor zijn vrouw fijn om weer in zijn ogen te kunnen kijken en hun liefde daar te voelen.

